De lichaamstaalmaskerade bij online meetings...

Heb jij ooit al gehoord van Doctor Albert Mehrabean? Van deze wijze Iraanse Doctorandus die beweert dat 55% van de slagkracht van onze communicatie uit de geloofwaardigheid van onze lichaamstaal  komt?  

En daar zit je dan... wat ongemakkelijk en onhandig tokkelend op je slimme telefoon. Gelukkig ben je helemaal alleen in de lobby van het kleine, dichtstbijzijnde dorpspostkantoor. De 2e maximum toegelaten klant is er (nog) niet…  Gestimuleerd door je kuddeplichtsgevoel, “coronaal” expertadvies en vrijwillige burgerzin, draag je uiteraard handschoenen en een mondmasker (zonder venster) op de neusbrug.

In een poging om de coördinaten terug te vinden van de bestemmelingen van je pakjes, wil je je adressenlijst op je elektronische metgezel consulteren.  Een eerder krampachtig proberen is het, met aangedampte brilglazen, dat ook.  Op het eerste zicht wellicht een belachelijk gezicht.  En evenmin vanzelfsprekend voor de toegangspoort van je smart phone. Face-ID herkent immers de gemaskerde mimiek van zijn eigenaar niet.  Oeps… herkent hij mezelf(s) niet meer?  Waow,  das confronterend.  

Dan maar de handschoenvingertoppen wat strakker aantrekken en de code inbrengen. Waar staat die xxxxxx nu ook alweer voor?  Oeps?  Pleeg je door een quasi permanent verblijf in je KOT en bij recurrent gebruik van gezichtsherkenning nu ook al een aanslag op je korte termijn codecognitie?  Is dit een signaal van mentaalmoeheid of misschien een voorteken van jongdementie?  Verdomme, het zal toch geen covid19symptoom zijn zeker?  

Oef, na de code heb je eindelijk ook de postale gegevens teruggevonden. Die noteer je met glibberige hand in de rechthoekige adresrubriek op de pakjes. Gelukkig zorgen je handschoenen ervoor dat de kogelschrijver – eveneens aan de ketting, net als je gevoel bij deze ongewone, verstoorde gang van zaken - je niet besmet. 

Op nu naar de vriendelijk en receptief ogende postbeambte achter het loket. Daar sta je dan, ietwat onwennig, met jouw pakjes voor haar raam. Met blauw mondmasker en beige, plastic handschoenen. Het lijkt mevrouw niet te storen, integendeel zelfs. Met haar mature staat van BPostdienst ondervindt zij uiteraard nog weinig hinder van de dikke glaswand tussen haar neus en die van jou. Voor haar veiligheid en welbevinden in deze setting is die wand uiteraard niet in plexiglas. Zij draagt evenmin een plexigezichts-, noch een mondmasker.

Haar gezichtsuitstraling is daarentegen helder en vrolijk. Het zichtbare gedeelte boven de doorgeeflade laat haar lichaamstaal vlot lezen. Ze lijkt eerder ontspannen. Om dan nog maar te zwijgen over die openhartige en stralende glimlach… Zo een die je graag met veel goesting en een grapje wil beantwoorden. En alhoewel zij hem dubbel en dik terugverdient, ziet ze geen schijn van jouw adembenemende lach. Het enige wat je nog rest is hopen dat ze het misschien toch merkt. Aan je samentrekkende kraaienpoten, je ietwat opverende en uitdijende wangen of – godbetert - de bijkomende lachplooien in je blauwe, proactief geplooide mondmasker. Je zou nog iets willen zeggen, toch zwijg je… 

Herken je deze situatie?  Een ongemakkelijke ervaring. Je voelt een gemis. Moeilijk te omschrijven. Vooral van niet voluit te kunnen of durven gaan. Niet jezelf te kunnen zijn, noch kijkend, noch pratend. Voelt niet echt energetisch verbindend, niet echt verbonden. Je mist een ongehinderde en ongefilterde uitwisseling van spreek- en lichaamstaal en dat allemaal liefst in een ongedwongen, van elk obstakel gespeende, fysieke nabijheid met je medemens. 

Een bezwaard gevoel en gemis dus, wat blijkbaar sinds een paar weken ook voor veel “zoomers”, vanuit het eigen KOT opererend en vergaderend, opspeelt… Het "wittebroodswekengevoel", met inherent de gelukzalige verwennerij om, via virtueel en meer dan ooit to the point vergaderen, veel tijd en efficiëntie te winnen, lijkt snel weg te ebben. De zoomvermoeidheid slaat toe. Velen onder ons snakken terug naar hun aloude comfortzone op de werkvloer. Al was het maar om samen een koffie te drinken voor en/of na de meeting. Stilaan begint het oude en vaak verwenste, want voor velen even vaak inefficiënte, “normaal” - van gewoon samenscholend te vergaderen - weer veel beter aan te voelen… Het (meer extraverte) gewoontedier in ons mist de fysieke nabijheid van en het oogcontact met de medepartij. Alsmede het manifeste gebrek aan uitwisselen en aanvoelen van lichaamstaal. Wanneer je als team een tandje wil bijsteken, wil je mekaar toch ook echt in de ogen kunnen kijken. Een soort van buy-in, van credibiliteitscheck. Willen we er samen wel écht voor gaan?  Niet dan?

Nu toegegeven, het hele coronagedoe en het Maggie-aanse “blijf in je KOT” ultimatum hebben ons een soort digitale oefen- en analyseruimte gebaard, die zeker haar merites heeft. Wat hebben we tijdens de zoomende, skypende, teams-video calls en dito whatsappvideocontacten met collegae en klanten zoal gemerkt?  Dat het korter, bondiger en een stuk efficiënter kan. Dat het adagium “meer met minder (volk)" ook voor de meeste meetings opgaat. Dat je dan makkelijker ieder om de beurt aan het woord kan laten. Dat een op voorhand aangeleverde, transparante en door de facilitator kort opgevolgde agenda veel voordelen heeft.  Dat een one-(wo)manshow van de voorzitter nooit (heeft ge-) werkt en dat sterk aangemoedigde, wisselende interactie dat wel doet. Met meer zingeving voor de deelnemers en een merkbaar hogere return on meeting invest (ROMI) dus. Met inherente reflex dat je sommige discussies veel efficiënter proactief kunt houden, via bilateraal voorvergaderen. Meetings waarbij iedereen deelneemt vanuit haar/zijn KOT lijken ook meestal op de afgesproken tijd te beginnen, al is er ook veel meer “flexibilitijd” om ze te verschuiven. En tot slot, wat vooral niet te veronachtzamen is, je wint heel veel (of verliest veel minder) tijd met het uitsparen van NEV, niet-essentiële verplaatsingen en... dito vergaderingen. En dus heb je meer tijd voor… Maar dat wisten we “Corovoor” toch ook al allemaal?

Daartegenover staat dat er ons minder tijd en ruimte wordt gegund voor levensechte verbondenheid, voor een afstemmende koffie samen, voor gemoedelijke small talk en, ja ook, voor creatief uitweiden tijdens en na de meeting. Wat blijkbaar nogal wat zoomers lastig vinden is dat het accuraat zien, voelen, scannen en (overigens meestal illusoir) trachten te interpreteren van de lichaamstaal via videobellen geen sinecure is. De 4G- of WIFIkwaliteit geeft immers niet altijd een scherp beeld, laat staan een consistent kwalitatief stemgeluid. Tenzij je van je telecomprovider een extra zware lijn hebt mogen lenen of een van de 5G testuitverkorenen bent. Bovendien blijft communiceren met een bijna onzichtbaar minicameraoog op je computer of smartphone een eerder atypische vaardigheid. Doe je het met headset of toch beter zonder? Krijg je plots ook het gevoel enkel tegen jezelf te praten? En hoe kijk je nu eigenlijk via dat minuscuul ogende oog naar “de andere kant”?  Hoe kom je over? Gaat dat gepaard met dezelfde stuiptrekkingen als bij een selfie?  Ook je nekspieren lijken na een paar dagen calls een zware marteling te hebben ondergaan…

Alhoewel bij videocallen de ruime gezichtsperiferie aan de andere kant vaak redelijk helder te zien is, durft een miniseconde a-synchronisatie wel al eens een totaal ander beeld / indruk te geven. Zeker in vergelijking met een fysieke “samenscholing”. Daar heb je nog de instant mogelijkheid tot oogcontact en het capteren van de gezichtsuitdrukking van je medevergaderaar(s). Het is ten andere ook veel minder vanzelfsprekend om mekaar daarover online aan te spreken… je lichaam blijkt onbewust aan te voelen dat de andere er niet echt is.  

Dr. Albert Mehrabean is vooral gekend van de bewering dat lichaamstaal met 55% de belangrijkste rol speelt bij intermenselijke communicatie (met de resterende 38% voor het vocale en 7 % voor het verbale). Dat die ratio in onbewuste captatie enkel opgaat bij het checken van de geloofwaardigheid bij nieuwe contacten en bij het ventileren van eerder moeilijke boodschappen, wordt hier vaak niet bij verteld. Edoch, het uitwisselen van lichaamstaal speelt zonder meer een onmiskenbaar belangrijke rol in onze (onbewuste) menselijke interacties. En al zeker bij overtuigen, beïnvloeden en inspireren. Digitaal en virtueel communiceren lijken de rol en invloed van het non-verbale echter ferm terug te dringen. Bovenop de maskers die we als mens sowieso al dragen (zie ook Insights, dixit onder andere de visie van CG Jung) post zich nu nog een extra, virtueel videomasker…  Daarmee missen we in onze videocommunicatie eigenlijk een groot deel van het volledige captatieplaatje. We missen hoe verbaal, vocaal en non-verbaal synchroniseren, hoe de gezichtsmimiek een nanoseconde vooroploopt op wat de mond gaat zeggen. Hoe ons lichaam haar of zijn mond voorbij praat. Of, voor de meer buikgevoelige vergaderaars, hoe het non-verbale heel subtiel toont wat er niet wordt gezegd… we missen ook het instemmende, waarderende knikje of het onbewuste in ja- of neemodus brengen van je medepartij. Het echte real live oogcontact en nog zoveel meer…

Verbindende en al zeker geloofwaardige communicatie hebben baat bij een  perfect - synchro - match  tussen de 3 "Mehrabeaanse" componenten. Bij videobellen staat of valt dat uiteraard met de kwaliteit van de "digitale verbinding", al is dat subtiele samenspel bijna nooit optimaal. Je zou het - met enige zin voor overdrijving - kunnen vergelijken met de soms verwarrende synchro bij buitenlandse films op Franse televisiezenders, waarbij steevast nasynchronisatie of dubben wordt toegepast. Desalniettemin heeft videobellen en-communiceren zonder meer een hoop merites. Geen mens die er aan twijfelt dat dit een blijver is, mét impliciet grote efficiëntie-exponent. Hopelijk blijven we mekaar daarnaast ook fysiek ontmoeten op de werkvloer, al was het maar om echte verbondenheid te voelen en voor het overige een groot deel van de lessons learned uit onze KOT-ervaringen live toe te passen in een old school vergaderzaal. Om er daarvan maar eentje te noemen en nog maar eens Miss Maggie’s Merchtemse dialect met KOT te citeren… want waar staat KOT ook nog voor?  Kom Op Tijd!